Signaleren van genotmiddelengebruik

Op school kunt u te maken krijgen met problematisch genotmiddelengebruik onder uw leerlingen. Het is belangrijk dat de docenten en het ondersteunend personeel de signalen herkennen, hier adequaat op reageren en de juiste ondersteuning bieden.

 

Vroegsignaleren

Wanneer u in een vroeg stadium signaleert welke problematiek speelt onder uw leerlingen, kunt u ook tijdig actie ondernemen. U kunt het genotmiddelengebruik onder uw leerlingen in kaart brengen met de gezondheidsvragenlijsten van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Deze vragenlijsten worden jaarlijks afgenomen onder de onderbouwleerlingen (Kivpa) en bovenbouwleerlingen (Gezond leven, Check ’t even). Ze bevatten onder andere vragen over roken, alcohol, cannabis, xtc, lachgas en de waterpijp.
Na het afnemen van de vragenlijst spreekt de JGZ in de onderbouw alle leerlingen over hun gezondheid. In de bovenbouw spreekt de JGZ alleen de leerlingen die op basis van hun vragenlijst wellicht een gezondheidsrisico lopen.
De uitkomsten van de bovenbouwvragenlijst kunnen ook gebruikt worden bij de keuze welke thema’s in de onderbouw preventief aandacht nodig hebben.

 

Zorgprotocol opstellen

In het zorgprotocol kunt u beschrijven hoe u omgaat met leerlingen die vragen of problemen hebben op het gebied van genotmiddelengebruik. Beschrijf daarin ook hoe te handelen als een leerling op school middelen bezit of gebruikt, of als er vermoedens zijn van problematisch middelengebruik. Maak afspraken over het signaleren en beoordelen van deze problemen, wie welke rol hierin heeft, en welke hulp ingeschakeld kan worden. De JGZ of Brijder Preventie kan u helpen bij het opstellen van dit protocol. Om het protocol goed te laten werken, is het belangrijk dat alle schoolmedewerkers hiermee bekend zijn.

 

Deskundigheid ontwikkelen

De training ‘Signaleren en begeleiden van riskant genotmiddelengebruik’ geeft docenten inzicht in de werking van riskante genotmiddelen en in aard en omvang van de problemen die daarmee samenhangen. Deze training is in ieder geval relevant voor mentoren, alle medewerkers met een zorgtaak, en ondersteunend personeel met een signalerende functie, bijvoorbeeld de conciërge.

 

Samenwerken

Op het moment dat een leerling in de problemen dreigt te raken door genotmiddelenmisbruik, bijvoorbeeld overmatig alcohol- of cannabisgebruik, is het soms nodig hem of haar door te verwijzen naar een externe hulpverlener. Het is daarom goed om nauw samen te werken met ketenpartners zoals Brijder Preventie.

 

Vertrouwenspersoon

Zorg ervoor dat het voor uw leerlingen duidelijk is bij wie ze terecht kunnen met vragen of problemen rondom genotmiddelengebruik. Dit kan bijvoorbeeld de zorgcoördinator, de vertrouwenspersoon of de mentor zelf zijn. Door hier geregeld aandacht aan te besteden tijdens het mentoruur, kan de stap om problemen aan te kaarten voor leerlingen verkleind worden.

 

Welke programma’s raden wij aan?

Docententraining Signaleren en begeleiden van riskant genotmiddelengebruik

Doelgroep: docenten, medewerkers met een zorgtaak, ondersteunend personeel
Duur: 3 uur
Kosten: geen 
Thema’s: signalen herkennen, gesprekvaardigheden, doorverwijzen binnen zorgstructuur.

Docenten worden geschoold in middelenkennis en het signaleren van het gebruik en misbruik van riskante genotmiddelen. Verder weten zij hoe zij deze problemen deels kunnen begeleiden en weten zij vooral goed waarnaartoe zij leerlingen met deze problemen kunnen doorverwijzen.
Lees meer over de docententraining signaleren.

 

Wat kunt u als school nog meer doen?

De pijler Signaleren is één van de pijlers van de Gezonde Schoolaanpak. Door ook in te zetten op andere pijlers (Educatie, Omgeving en Beleid) kunt u werken aan een effectieve en structurele aanpak op genotmiddelenpreventie.

Hieronder vindt u informatie over de andere pijlers:

 

Specificaties